{"@type":"ebnmtekst","type":null,"value":"Brief van ridder Johan van Zulen en Nuevelt aan de abdis van Rijnsburg inzake een prebende voor zijn nicht","overige_hs_aanduiding":null,"ppn":"142377937","soort":"Hax","annotatie_colofon":null,"annotatie_datering":null,"annotatie_incipit":null,"annotatie_materiaal":null,"annotatie_overig":null,"annotatie_rel__gr_kl":null,"annotatie_schrift":null,"bewaarplaats_en_signatuur":"'S-GRAVENHAGE, NA : RB 112","boodschap_alg":null,"datering":"1490","datering_omschr":null,"landcode":null,"layout_code":null,"signalementcode":null,"sleutelw_incipit":null,"titel":null,"titel_hs_inc_form":null,"links":null,"codeId":null,"_id":"TEXT000000020887","^rev":1,"^created":{"timeStamp":1424335062298,"userId":"importer","vreId":"ebnm"},"^modified":{"timeStamp":1424335062298,"userId":"importer","vreId":"ebnm"},"^pid":"http://hdl.handle.net/11240/62d2d80d-5e5e-404f-ac77-662cc6d62f71","^deleted":false,"@relationCount":6,"@properties":{},"@relations":{"text_part_of":[{"type":"ebnmtekstdrager","id":"TDRA000000008852","path":"domain/ebnmtekstdragers/TDRA000000008852","displayName":"'S-GRAVENHAGE, NA : RB 112","relationId":"RELA000000304255","accepted":true,"rev":1,"preText":null,"postText":null,"refType":"ebnmtekstdrager","relationTypeId":"RELT000000000022","order":0}],"text_has_categorie":[{"type":"ebnmlexicon","id":"LEXI000000003761","path":"domain/ebnmlexicons/LEXI000000003761","displayName":"brieven","relationId":"RELA000000304260","accepted":true,"rev":1,"preText":null,"postText":null,"refType":"ebnmlexicon_tekst","relationTypeId":"RELT000000000027","order":0}],"text_has_doc":[{"type":"ebnmdocumentatie","id":"DOCU000000004525","path":"domain/ebnmdocumentatie/DOCU000000004525","displayName":"Hüffer 1951","relationId":"RELA000000304256","accepted":true,"rev":1,"preText":null,"postText":", p.408-409 (editie); ","refType":"ebnmdocumentatie","relationTypeId":"RELT000000000024","order":0},{"type":"ebnmdocumentatie","id":"DOCU000000004524","path":"domain/ebnmdocumentatie/DOCU000000004524","displayName":"Kors 1993","relationId":"RELA000000304257","accepted":true,"rev":1,"preText":null,"postText":", p.384 n.83.","refType":"ebnmdocumentatie","relationTypeId":"RELT000000000024","order":1}],"text_has_language":[{"type":"ebnmtaal","id":"TAAL000000000001","path":"domain/ebnmtalen/TAAL000000000001","displayName":"Nederlands","relationId":"RELA000000419015","accepted":true,"rev":1,"preText":null,"postText":null,"refType":"ebnmtaal","relationTypeId":"RELT000000000023","order":0}],"text_has_author":[{"type":"ebnmlexicon","id":"LEXI000000021495","path":"domain/ebnmlexicons/LEXI000000021495","displayName":"Johan van Zulen en Nuevelt","relationId":"RELA000000304259","accepted":true,"rev":1,"preText":null,"postText":null,"refType":"ebnmlexicon_person","relationTypeId":"RELT000000000026","order":0}]},"annotatie_inhoud":["Brief van ridder Johan van Zulen en Nuevelt aan de abdis van Rijnsburg inzake een prebende voor zijn nicht"],"@label":"Brief van ridder Johan van Zulen en Nuevelt aan de abdis van Rijnsburg inzake een prebende voor zijn nicht","@paginas":"","@variationRefs":[{"type":"tekst","id":"TEXT000000020887"},{"type":"ebnmtekst","id":"TEXT000000020887"}]}